Verstild

Verstild

2 september 2018 0 Door Natasja

Hij stapt in de bus, kijkt verward om zich heen. Hij is gekleed in ouwelijke, kleurloze kleding die je veel ziet om de lichamen van bejaarden. Hij valt echter niet onder die doelgroep. Hij is jonger, misschien de helft van een bejaarde. Maar tegelijkertijd zo oud. Hij ziet er netjes uit. Kleurloos, maar verzorgd. Zijn haar is in een degelijke coupe geknipt, maar de kleur valt niet te omschrijven. Niet grijs of wit. Niet onzichtbaar, maar ook niet opvallend. Zonder glans of slag.

Hij laat zijn buskaart afstempelen door de buschauffeur, mompelt iets en vraagt zich vervolgens af welke stap hij moet zetten. Welke actie hij moet ondernemen. Hij weet het niet. Dan een helder moment. Zitten, dat is wat hij moet doen. Of staan? Dan ziet hij een stoel. Stoel = zitten. Hij gaat zitten. Netjes met zijn benen naast elkaar, tas op schoot. Rug kaarsrecht.

De oorzaak was niet alcohol, nooit geweest. Ook geen drugs. Hij zou niet eens weten waar hij dat moet halen. Wat het wel is, daar is hij zich hoogstwaarschijnlijk niet bewust van. Hij ziet er zielig uit, verloren, vergeten. Alsof iemand hem lang geleden geschetst heeft, maar de tekening nooit heeft afgemaakt. Omdat er belangrijker zaken in de wereld waren. Omdat hij er niet meer zoveel toe deed. Omdat diegene er misschien ineens niet meer was.

Hij is best slim. Of hij had dat kunnen zijn. Hij draagt een nette bruinleren tas. Wat erin zit, is van buitenaf niet te zien. Waar hij naartoe gaat, is de vraag. Hij weet het zelf ook niet. Toch kent hij zijn bestemming.

Na een aantal haltes voor zich uitgestaard te hebben, stapt hij de bus uit. Dan staat hij bij de bushalte en vraagt zich af welke stap hij moet zetten. Welke actie hij moet ondernemen. Hij weet het niet. Dan een helder moment. Een zebrapad. Dat komt hem bekend voor. Zebrapad = lopen. Daar moet hij heen. Hij loopt er naartoe en wacht voor een fietser. De fietser ziet hem niet. Hij is immers zo goed als onzichtbaar. Bij het zebrapad staart hij voor zich uit. Verstild. Dan begint zijn hoofd langzaam te bewegen. Van links naar rechts, van links naar rechts. Keer op keer. Alsof hij met die beweging zijn afkeuring voor deze wereld wil laten blijken aan iedereen die voorbij komt. Maar dat is het niet. Hij weet niet wat hij moet doen. Dan opeens een helder moment. Oversteken. Dat is wat hij moet doen. Stap voor stap. Lopen is een automatisme.
Was zijn denken dat ook maar. Keer op keer hapert er iets. Dan weet hij het niet meer. Een pauze is de enige manier om erachter te komen wat zijn volgende actie moet zijn.

Hij is verstild. Versteend. Een fossiel. Alleen is hij nog in leven.

Noot: Ik schreef dit korte verhaal in 2007 en ik vond het leuk om het weer eens te delen.